Mária Hillen

Alle rechten voorbehouden

Samenvatting uit artikelen 10, 16, 18, 23 en 24 van de Auteurswet

Werken van beeldende kunst (zoals tekeningen, schilderijen, mozaïeken, beeldhouwwerken, lithografieën, bouwwerken, graveerwerken, houtsneden, plaatwerken en linoleumsneden) kunnen auteursrechtelijk beschermd zijn. In dat geval is de hoofdregel dat niemand zonder de toestemming van de maker zo’n werk mag verveelvoudigen en/of openbaar maken. Geen auteursrecht rust op vormgeving die duidelijk functioneel bepaald is, op technische vondsten, op een nieuwe wijze van toepassing van bepaalde (nieuwe) materialen en op vormgeving die rechtstreeks voortvloeit uit bouwvoorschriften van de overheid. In bepaalde gevallen kan daarop wel het modellenrecht of het octrooirecht van toepassing zijn. De auteursrechtelijke zeggenschap over het verveelvoudigen en openbaar maken van beschermde werken van beeldende kunst of van bouwkunst die gemaakt zijn om permanent (voor onbepaalde tijd of langdurig) in openbare plaatsen (openbare weg, openbare gebouwen) te worden geplaatst is enigszins beperkt. Zo mogen afbeeldingen (zoals tekeningen en foto’s) van die werken zonder voorafgaande toestemming van de betrokken auteursrechthebbende worden verveelvoudigd en openbaar gemaakt, als het maar gaat om afbeeldingen van het werk zoals het zich daar bevindt (herkenbaar in de context van zijn omgeving). De achterliggende gedachte is dat die werken tot op zekere hoogte tot het ‘publieke domein’ behoren. Voor teken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken en werken van toegepaste kunst geldt het volgende: tenzij van tevoren met de betrokken auteursrechthebbende iets anders is afgesproken, mag de eigenaar / bezitter / houder van zo’n werk dat verveelvoudigen en/of openbaar maken voor zover dat noodzakelijk is voor de openbare tentoonstelling of openbare verkopen daarvan. Tenzij van tevoren daarover iets anders is afgesproken, blijft de maker van een schilderwerk, ook na de overdracht van zijn auteursrecht aan een ander, bevoegd om precies dezelfde schilderwerken te maken. Het bovenstaande is onder meer terug te vinden in de artikelen 10, 16, 18, 23 en 24 van de Auteurswet.